ECLI:NL:HR:2001:AA9510
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid overschrijding maximale piekwaarde muziekgeluid in discotheek
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen een verdachte die op 24 augustus 1997 te Bedum werd veroordeeld voor het overtreden van een voorschrift verbonden aan een milieuvergunning, namelijk het overschrijden van de maximale piekwaarde van muziekgeluid in een discotheek. De vergunning was verleend onder de toen geldende Hinderwet, thans Wet milieubeheer (Wm).
De verdachte voerde in cassatie aan dat de geluidsmeting onbetrouwbaar was omdat deze niet voldeed aan de in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai voorgeschreven meetperiode en dat het ontbreken van een volledig verslag van de meetmethode de reproduceerbaarheid van de meting ondermijnt. De Hoge Raad oordeelde echter dat de Handleiding het meten van de piekwaarde (Lmax) niet voorschrijft als onderdeel van een gemiddelde geluidsniveau (Laeq) meting en dat de enkele meting van de piekwaarde voldoende was voor de bewijsvoering.
Verder stelde de Hoge Raad dat het ontbreken van een meetverslag niet leidde tot het waardeloos verklaren van het meetresultaat, mede gelet op de getuigenverklaringen van de milieu-inspecteur die de meting uitvoerde. De Hoge Raad bevestigde dat de verdachte als houder van de vergunning strafrechtelijk aansprakelijk is voor het naleven van de voorschriften volgens art. 18.18 en 8.20 Wm.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden, waarin de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van duizend gulden subsidiair twintig dagen hechtenis, bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verdachte blijft veroordeeld voor overschrijding van de maximale piekwaarde muziekgeluid.