ECLI:NL:HR:2001:AA9392
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting ondanks correspondentieadres in Nederland
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het aanslagbiljet rechtsgeldig kon worden verzonden naar het in Nederland gevestigde fiscaal correspondentieadres van belanghebbende, terwijl zijn woonadres in Spanje was. Het middel stelde dat een correspondentieadres niet gelijkgesteld mag worden met een vertegenwoordiger binnen het Rijk, zoals bedoeld in artikel 58 AWR Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het aanslagbiljet naar het opgegeven fiscaal correspondentieadres mocht worden gestuurd zolang belanghebbende niet had aangegeven de stukken rechtstreeks te willen ontvangen. De aanslag was binnen de wettelijke termijn vastgesteld en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft in stand.