ECLI:NL:HR:2001:AA9390
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vrijstelling omzetbelasting voor adviserende fusiedienst
Belanghebbende kreeg voor het tijdvak 1990-1994 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een bedrag van f 4.429.926,--. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Het geschil betrof de vraag of de door Morgan verrichte adviserende diensten in het kader van een fusie tussen belanghebbende en een andere partij vrijgesteld waren van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, aanhef en letter i, onder 2°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn. Het Hof oordeelde dat deze diensten niet vielen onder de vrijstelling voor bemiddeling bij aankoop en verkoop van aandelen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De adviserende werkzaamheden werden gekwalificeerd als voorbereiding en advisering op besluitvorming omtrent de fusie, en niet als bemiddeling bij de aankoop of verkoop van aandelen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de adviserende fusiedienst niet vrijgesteld is van omzetbelasting.