ECLI:NL:HR:2001:AA9371

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 januari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00319/99 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.M.M. Orie
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 457 SvArt. 468 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuw ernstig vermoeden in WAM-verzekeringszaak

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Kantonrechter te Breda uit mei 1998, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor het rijden zonder een geldige WAM-verzekering op 5 juni 1997. De aanvrager stelde dat op die datum wel degelijk een verzekering van kracht was, ondersteund door een verklaring van zijn verzekeringsmaatschappij.

De Advocaat-Generaal heeft advies uitgebracht om de herzieningsaanvraag af te wijzen. De Hoge Raad heeft vervolgens de verstrekte verklaringen van de verzekeringsmaatschappij onderzocht, waaronder nadere berichten die tegenstrijdige informatie bevatten over de verzekeringsdekking op de betreffende datum.

De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe verklaringen geen ernstig vermoeden wekken dat, indien deze bekend waren geweest tijdens de oorspronkelijke procedure, het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een minder zware straf zou hebben geleid. Daarom voldoet de aanvraag niet aan de voorwaarden van artikel 457 Sv Pro en wordt de herzieningsaanvraag afgewezen.

Het arrest werd uitgesproken op 9 januari 2001 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens ontbreken van een ernstig vermoeden dat het oorspronkelijke vonnis onjuist was.

Uitspraak

9 januari 2001
Strafkamer
nr. 00319/99 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de
Kantonrechter te Breda van 29 mei 1998, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1960, wonende
te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden", gepleegd op 5 juni 1997, veroordeeld tot een geldboete van fl. 660,--, subsidiair 13 dagen hechtenis.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag zal afwijzen.
4. Beoordeling van de aanvraag
4.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
4.2.1. In de aanvraag wordt gesteld dat op 5 juni 1997 voor het in de tenlastelegging bedoelde motorrijtuig, merk Renault en voorzien van het kenteken [AA-00-AA], een verzekering van kracht was welke voldeed aan de op die datum door of krachtens de Wet aansprakelijkheids- verzekering motorrijtuigen (WAM) gestelde eisen.
4.2.2. Ter ondersteuning van die stelling is bij de herzieningsaanvraag overgelegd een fotokopie van een verklaring als bedoeld in art. 34, tweede lid, WAM. Deze verklaring is op 28 november 1997 afgegeven door Nationale-Nederlanden Schadeverzekeringsmaatschappij N.V. Zij houdt als mededeling van genoemde verzekerings- maatschappij in:
"dat op 05 juni 1997 voor het motorrijtuig Renault voorzien van het kenteken [AA-00-AA] een verzekering van kracht was welke voldeed aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen.
Het polisnummer is: [..]".
4.3. Naar aanleiding van de herzieningsaanvraag heeft de Advocaat-Generaal nadere berichten ingewonnen. Daartoe behoren:
a. een schrijven van voornoemde verzekeringsmaatschappij van 20 maart 2000, inhoudende:
"Naar aanleiding van uw brief geven wij u onderstaande de periodes dat het kenteken [AA-00-AA] bij ons verzekerd is geweest.
10 juni 1997 tot 17 juli 1997
polisnummer [..];
19 juli 1997 tot 7 november 1997
polisnummer [..]".
b. een schrijven van voornoemde verzekeringsmaatschappij van 17 april 2000, inhoudende als mededeling:
"dat op 5 juni 1997 voor het motorrijtuig, gekentekend [AA-00-AA] (...) geen dekking aanwezig was".
4.4. Het door de aanvrager gestelde, te weten dat uit een verklaring als bedoeld in art. 34 WAM Pro van zijn verzekeringsmaatschappij blijkt dat op 5 juni 1997 voor het in de tenlastelegging bedoelde motorrijtuig een verzekering in de zin van de WAM van kracht was, kan op grond van de nadien door diezelfde verzekeringsmaatschappij verstrekte, hiervoor onder 4.3 weergegeven inlichtingen niet het onder 4.1 bedoelde ernstig vermoeden wekken. Het aangevoerde kan derhalve niet worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv.
4.5. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv Pro worden afgewezen.
5. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 9 januari 2001.