ECLI:NL:HR:2000:ZC2315
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over vernietiging arbitraal vonnis en toepassing artikel 81 EG
In deze zaak stond centraal de vraag of een nationale rechter een arbitraal vonnis kan vernietigen dat mogelijk in strijd is met artikel 81 EG Pro (voorheen artikel 85 EG Pro). De Hoge Raad verwees in een eerdere tussenbeschikking het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om hierover prejudiciële vragen te beantwoorden. Het Hof van Justitie bevestigde dat artikel 81 EG Pro als openbare ordebepaling moet worden beschouwd, waardoor nationale rechters een arbitraal vonnis moeten vernietigen indien dit in strijd is met deze bepaling.
De Hoge Raad oordeelde dat het gemeenschapsrecht een nationale rechter niet verplicht om nationale procesrechtelijke regels buiten toepassing te laten die bepalen dat een arbitraal tussenvonnis met gezag van gewijsde wordt behandeld, ook als dit de vernietiging van een later arbitraal vonnis bemoeilijkt. Tevens werd geoordeeld dat het Gerechtshof een onjuiste belangenafweging maakte door zekerheidstelling te bevelen ondanks een geringe kans op vernietiging van het arbitraal vonnis.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling. Het incidenteel beroep werd verworpen en Benetton werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief kosten gerelateerd aan de procedure bij het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.