ECLI:NL:HR:2000:AP0565
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over uitleg billijke vergoeding naburige rechten
De stichting SENA vordert van de NOS een billijke vergoeding voor het uitzenden van muziek via radio en televisie over de periode 1995-1997, gebaseerd op de Wet op de naburige rechten (WNR). De NOS betwist de hoogte van deze vergoeding en stelt een lager bedrag voor. De rechtbank en het hof hebben reeds verschillende tussenvonnissen gewezen en een comparitie gelast om gegevens te verstrekken en de vergoeding vast te stellen.
Het hof heeft geoordeeld dat de WNR weinig aanknopingspunten biedt voor de bepaling van de billijke vergoeding en dat de Europese Richtlijn 92/100/EEG geen harmonisatie nastreeft van de wijze waarop deze vergoeding wordt vastgesteld. SENA stelt dat het begrip 'billijke vergoeding' een autonoom gemeenschapsrechtelijk begrip is dat uniform moet worden uitgelegd.
De Hoge Raad overweegt dat deze vragen van uitleg noodzakelijk zijn voor de beslissing en legt daarom onder aanhouding van verdere beslissing prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De zaak wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de zaak en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van het begrip billijke vergoeding.