ECLI:NL:HR:2000:AF0642
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen uitspraak Hof inzake inkomstenbelastingaanslag 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde en de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad met zes middelen. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. Na het verstrijken van de cassatietermijn diende belanghebbende nog een stuk in dat niet in behandeling kon worden genomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden geen proceskosten toegewezen.
Het arrest werd op 3 mei 2000 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam bevestigd.