ECLI:NL:HR:2000:AB0422
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid afschrijvingskosten opstalrecht in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ52.156. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De zaak betrof onder meer een recht van opstal dat de vader van belanghebbende aan een BV had verleend, waarop een bedrijfshal was gebouwd. Belanghebbende had later alle aandelen en de economische eigendom van de grond verworven, inclusief de rechten en verplichtingen van het opstalrecht.
Het Hof oordeelde dat de afschrijvingskosten van de opstal niet ten laste van het inkomen konden worden gebracht omdat de opstal geen bron van inkomen vormde voor belanghebbende. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, oordelend dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel feitelijk van aard was en in cassatie niet op juistheid kon worden getoetst.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 8 november 2000 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat afschrijvingskosten van het opstalrecht niet ten laste van het inkomen kunnen worden gebracht.