ECLI:NL:HR:2000:AA9374
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Uitlevering ontoelaatbaar wegens ne bis in idem na onherroepelijke veroordeling in Nederland
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Turkije toelaatbaar had verklaard. De opgeëiste persoon was in Nederland veroordeeld voor het medeplegen van een overtreding van de Opiumwet, namelijk het opzettelijk buiten Nederland brengen van ongeveer 550 gram cocaïne.
De verdediging stelde dat uitlevering ontoelaatbaar was vanwege ne bis in idem, omdat de opgeëiste persoon reeds in Nederland was veroordeeld voor hetzelfde feit. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het vonnis nog niet onherroepelijk was en de straf nog niet volledig was uitgevoerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het vonnis inmiddels onherroepelijk is geworden en de straf is ondergaan, waardoor de uitlevering op grond van artikel 9 van Pro het toepasselijke Europees uitleveringsverdrag ontoelaatbaar is. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden uitspraak, verklaarde de uitlevering ontoelaatbaar en beval de opheffing van de gevangenneming van de opgeëiste persoon.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering ontoelaatbaar vanwege een onherroepelijke veroordeling in Nederland voor hetzelfde feit.