ECLI:NL:HR:2000:AA9373
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van drugsmisdrijven en deelname aan een criminele organisatie tot vijf jaar gevangenisstraf.
De Hoge Raad beoordeelde dat de behandeling van het cassatieberoep niet binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat er ruim tien maanden verstreken waren tussen het instellen van het beroep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad zonder bijzondere omstandigheden.
Als gevolg hiervan oordeelde de Hoge Raad dat de straf verminderd moest worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en stelde deze vast op vier jaar en negen maanden. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen en het voorwaardelijke beroep van de Procureur-Generaal bleef zonder gevolg.
De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Bleichrodt op 14 november 2000.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.