ECLI:NL:HR:2000:AA9095
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting voor zelfvervaardigde goederen ziekenhuis
Belanghebbende, een ziekenhuis met een eigen energiecentrale en drukkerij, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1996. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
De discussie betrof de toepassing van artikel 3, lid 1, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 op zelfvervaardigde goederen die gebruikt worden voor vrijgestelde diensten. De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling van toepassing is en wijst verweren af die stelden dat de regeling niet geldt bij levering van roerende zaken of dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Hoge Raad benadrukt dat de wijziging van de wet per 1997 slechts bepaalde terreinen wilde uitsluiten en dat de Zesde richtlijn ruim moet worden uitgelegd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat belanghebbende onvoldoende feiten heeft gesteld en het verbruik van olie en gas door derden niet vergelijkbaar is met zelfvervaardigde goederen.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de naheffingsaanslag definitief.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.