ECLI:NL:HR:2000:AA9053
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en vergoeding met optierecht conform overeenkomst
Intramco heeft bij het Kantongerecht Lelystad verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens een dringende reden dan wel subsidiair vanwege veranderde omstandigheden. De Kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 8 november 1999 en kende aan [verweerder] een bruto vergoeding toe van ƒ 90.500,-- en het recht om gebruik te maken van een optieregeling zoals vastgelegd in een overeenkomst van 4 september 1997.
Intramco stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar de Rechtbank te Zwolle verklaarde het hoger beroep ongegrond. Intramco ging vervolgens in cassatie tegen deze beslissing. De kern van het geschil betrof de vraag of het toekennen van het optierecht als vergoeding binnen het toepassingsgebied van artikel 7:685 lid 8 BW Pro valt.
De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere aard van de wettelijke regeling omtrent ontbinding van de arbeidsovereenkomst vereist dat de rechter bij het bepalen van de vergoeding alle relevante factoren meeneemt, waaronder aanspraken voortvloeiend uit aandelenopties. De Hoge Raad bevestigde dat het toekennen van het optierecht als vergoeding niet buiten het toepassingsgebied van artikel 7:685 BW Pro valt en verwierp het cassatieberoep van Intramco.
De Hoge Raad veroordeelde Intramco tevens in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het toekennen van een optierecht als vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst binnen het toepassingsgebied van art. 7:685 lid 8 BW valt en wijst het cassatieberoep af.