ECLI:NL:HR:2000:AA9047
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat benoeming bestuurder alleen door algemene vergadering kan geschieden
In deze zaak verzochten Squamish Corporation N.V. en Hotel Maatschappij Leiden B.V. de doorhaling van de inschrijving van eiser tot cassatie als bestuurder van HML in het Handelsregister. De Kantonrechter en Rechtbank Haarlem wezen dit verzoek toe en verwierpen het hoger beroep van eiser.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 2:242 BW Pro de benoeming van een bestuurder van een besloten vennootschap door de algemene vergadering van aandeelhouders moet geschieden. De rechtbank stelde vast dat eiser niet op deze wijze benoemd was, en dat de vertrouwensleer niet kan worden toegepast om een benoeming zonder besluit te rechtvaardigen.
Het beroep van eiser dat Squamish c.s. het recht tot verzet hadden verwerkt, werd eveneens verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de vennootschap zich kan verzetten tegen een bestuurder die zich zonder formeel besluit als zodanig voordoet.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd bevestigd dat de benoeming van bestuurders strikt volgens de statutaire en wettelijke bepalingen moet plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tot cassatie wordt verworpen en de doorhaling van zijn inschrijving als bestuurder wordt bevestigd.