ECLI:NL:HR:2000:AA8982
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing proceskostenvergoeding in geschil over gemeentelijke onroerendezaakbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de vastgestelde waarde van meerdere onroerende zaken door de Directeur van de dienst Gemeentebelastingen van Amsterdam voor de periode 1997-2000. Na bezwaar handhaafde de Directeur de beschikkingen. Belanghebbende trok het beroep bij het hof in na een compromis, maar verzocht om een afzonderlijke proceskostenvergoeding. De Voorzitter van de Vierde Meervoudige Belastingkamer veroordeelde de Directeur tot vergoeding van 710 gulden. Het hof verklaarde het verzet van belanghebbende tegen deze beschikking gedeeltelijk gegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofuitspraak over de proceskostenvergoeding. Het hof had het bedrag aan vermeende te veel betaalde belasting geschat tussen 2.000 en 15.000 gulden en het gewicht van de zaak op 1 gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en feitelijke waarderingen in cassatie niet getoetst kunnen worden.
De Hoge Raad concludeerde dat geen gronden aanwezig zijn voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd op 27 september 2000 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof over de proceskostenvergoeding.