ECLI:NL:HR:2000:AA8858
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, maar de Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de niet-ontvankelijkverklaring bevestigde en het verzet ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde dat een brief van 8 november 1996 als bezwaarschrift moest worden gezien, maar het Hof oordeelde dat deze brief niet als bezwaar kon gelden omdat de aanslag toen nog niet was opgelegd en de brief niet duidelijk maakte dat het bezwaar betrof. Bovendien was de brief ingediend vóór het begin van de wettelijke bezwaartermijn.
De Hoge Raad overwoog dat de vaststellingen van het Hof niet onjuist waren en dat belanghebbende niet redelijkerwijs kon menen dat de aanslag al was vastgesteld ten tijde van de brief. De klacht faalde en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.