ECLI:NL:HR:2000:AA8828
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verstekvonnis bij afwezigheid verdachte ondanks detentie in buitenland
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld en stelde hoger beroep in. Voor de zitting van het hof werd hij op zijn woonadres in Nederland op wettige wijze opgeroepen, maar hij verscheen niet omdat hij in detentie in Duitsland zat. Zijn raadsman gaf aan dat verdachte geen bezwaar had tegen voortzetting van de zitting in zijn afwezigheid. Het hof verleende verstek en handhaafde dit bij een volgende zitting waarop verdachte wederom afwezig was.
Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of het hof ook had moeten oproepen op het detentieadres in Duitsland. De Hoge Raad oordeelde dat de oproeping op het woonadres rechtsgeldig was en dat het hof niet verplicht was ook op het buitenlandse detentieadres te betekenen. Tevens was er geen verzoek tot schorsing van de raadsman tijdens de zitting om verdachte alsnog te laten verschijnen.
De Hoge Raad bevestigde het vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om in persoon te worden berecht. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het verstekvonnis en de straf van zes maanden gevangenisstraf ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het verstekvonnis met een gevangenisstraf van zes maanden.