ECLI:NL:HR:2000:AA8609
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Vermindering successierecht bij buitenlandse verkrijging van stamrecht en pensioen
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd over een verkrijging uit de nalatenschap van haar overleden echtgenoot, die in België woonde. De verkrijging betrof een stamrecht en pensioenrechten. De Inspecteur hield de aanslag in stand na bezwaar en het hof bevestigde dit.
De kern van het geschil was of belanghebbende, die in het buitenland woonde, recht had op vermindering van de verkrijging wegens latent verschuldigde inkomstenbelasting over het stamrecht en pensioen op grond van artikel 20, leden 5 en 6 van de Successiewet 1956. De Hoge Raad oordeelde dat de wetstekst en strekking geen voorwaarde stellen dat de verkrijger ten tijde van overlijden in Nederland moet wonen om voor deze vermindering in aanmerking te komen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, met inachtneming van de uitleg dat de forfaitaire aftrek van 30% ook geldt bij buitenlandse verkrijgingen, mits het stamrecht in beginsel in de Nederlandse inkomstenbelasting kan worden betrokken. Tevens moet het hof een nog niet behandelde waarderingskwestie van de eigen woning onderzoeken.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende kreeg vergoeding van griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.