ECLI:NL:HR:2000:AA8551
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst zaak door voor hoger beroep wegens overtreding Wegenverkeerswet 1994
De verdachte werd door de Kinderrechter te Zwolle vrijgesproken van de hem ten laste gelegde misdrijven en overtredingen, behalve voor de overtreding van artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994, waarvoor hij werd veroordeeld tot een geldboete van honderd gulden, subsidiair twee dagen jeugddetentie.
De verdachte stelde beroep in cassatie in, maar stelde geen middelen van cassatie voor. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het beroep in cassatie moest worden verstaan als een hoger beroep, omdat de verdachte ten tijde van de vervolging nog geen 18 jaar was en het beroep daarom als hoger beroep moest worden behandeld volgens artikel 56, vijfde lid, oud Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad besloot de stukken van het geding door te zenden aan de griffier van het Gerechtshof te Arnhem, zodat het hoger beroep tegen de veroordeling wegens de overtreding van artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994 aldaar kan worden behandeld en afgedaan. De Hoge Raad sprak het arrest uit op 28 november 2000.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en de zaak is verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor hoger beroep.