ECLI:NL:HR:2000:AA8451

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/106
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
  • W.H. Heemskerk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 426a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker in cassatie zonder advocaat

Verzoeker heeft bij de Hoge Raad verzocht om toestemming om zelf, zonder tussenkomst van een advocaat, cassatie in te stellen tegen een eerder arrest van het gerechtshof in een civiele zaak. De plaatsvervangend Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker. Verzoeker reageerde op deze conclusie, maar de Hoge Raad oordeelde dat volgens de wet een verzoekschrift in cassatie alleen in behandeling kan worden genomen indien het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

In dit specifieke geval, waarbij het verzoek bovendien op grond van artikel 407 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet voor inwilliging vatbaar was, bestaat er geen wettelijke grond voor een uitzondering op deze hoofdregel. Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek van verzoeker niet-ontvankelijk.

De beschikking werd gegeven door de raadsheren Fleers, de Savornin Lohman en Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Heemskerk op 24 november 2000.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om zonder advocaat cassatie toe te staan.

Uitspraak

24 november 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/106HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER.
1. Het verloop van de procedure
Bij op 21 juni 2000 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker - hierna te noemen: [verzoeker] - de Hoge Raad verzocht hem toestemming te verlenen zelf, dat wil zeggen zonder de tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad, cassatie in te stellen tegen het op 22 maart 2000 in de zaak onder rolnr. 9900034 tussen hem en 1) de Gemeente Groningen en 2) de Stichting De Baak gewezen arrest.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker.
[Verzoeker] heeft op die conclusie gereageerd bij brief van 14 september 2000.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
Een verzoekschrift kan, tenzij op grond van de wet anders moet worden aangenomen, door de Hoge Raad slechts in behandeling worden genomen indien het is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. In het onderhavige geval, dat overigens een verzoek betreft dat op grond van het bepaalde in art. 407 lid 3 Rv Pro. niet voor inwilliging vatbaar zou zijn, biedt de wet voor het aannemen van een uitzondering op deze hoofdregel geen grond.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in diens verzoek.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 24 november 2000.