ECLI:NL:HR:2000:AA8417
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toerekening verzekeringsuitkering aan belanghebbende ondanks schijnhandeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 338.771,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 328.771,--. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betrof de toerekening van een verzekeringsuitkering die via een overeenkomst met zijn zoon was ontvangen. Het Hof oordeelde dat de uitkering aan belanghebbende toerekenbaar was omdat de zoon slechts als begunstigde voor rekening en risico van belanghebbende optrad, en het bedrag feitelijk in het vermogen van belanghebbende was gevloeid.
Belanghebbende voerde aan dat sprake was van een relatieve schijnhandeling en dat de zoon het economische belang en de juridische zeggenschap had, maar de Hoge Raad verwierp deze argumenten. Ook het betoog dat de bedoeling van de verzekeringsmaatschappij relevant was, faalde omdat het ging om de werkelijke rechtsverhouding tussen belanghebbende en zijn zoon.
De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte, voldoende was gemotiveerd en niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.