ECLI:NL:HR:2000:AA8404

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01180/99
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.M.M. Orie
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 51a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor overtreding Wegenverkeerswet met vergoeding kosten rechtsbijstand

In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 door de Arrondissementsrechtbank te Haarlem. De rechtbank legde een geldboete op en een subsidiaire hechtenis van twee dagen. Tevens werd de verdachte veroordeeld tot vergoeding van schade aan de benadeelde partij, waaronder kosten rechtsbijstand.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het vonnis, maar stelde geen middelen over een rechtspunt voor. De benadeelde partij diende een geschrift in, maar dit bevatte geen geldige middelen betreffende de vordering. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, maar stelde voor het dictum te verbeteren door de vergoeding van kosten rechtsbijstand afzonderlijk toe te wijzen.

De Hoge Raad oordeelde dat de kosten rechtsbijstand als rechtstreekse schade kunnen worden aangemerkt en dat de veroordeling tot vergoeding daarvan terecht is. Verder vond de Hoge Raad geen reden om de uitspraak ambtshalve te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 21 november 2000.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen en vergoeding kosten rechtsbijstand bevestigd.

Uitspraak

21 november 2000
Strafkamer
nr. 01180/99
ACH/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie
tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van
29 januari 1999 met parketnummer 15/303186-95 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op
[geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats] (Oostenrijk).
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 11 maart 1997 - de verdachte ter zake van “overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijfentwintig gulden, subisidiair twee dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen in
voege als in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
Door de benadeelde partij is een geschrift ingediend, waarop de Hoge Raad echter geen acht kan slaan, nu dit geschrift geen middelen over een rechtspunt betreffende de vordering van de benadeelde partij bevat.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd, dat de Hoge Raad het dictum van het vonnis zal verbeteren in dier voege dat van het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt afgesplitst het bedrag voor kosten rechtsbijstand, waarna de vergoeding van deze kosten afzonderlijk wordt toegewezen, en het beroep voor het
overige zal verwerpen.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. De Rechtbank heeft de verdachte onder meer veroor
deeld tot vergoeding aan de benadeelde partij van “kosten rechtsbijstand”. Uit de gedingstukken blijkt dat die post betrekking heeft op de kosten, die verband houden met op verzoek van de benadeelde partij door de ANWB verrichte pogingen buiten rechte betaling van de verdachte te verkrijgen. Die kosten zijn aan te merken als rechtstreekse schade, veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit.
Derhalve heeft de Rechtbank op juiste gronden de verdachte tot vergoeding van die kosten veroordeeld.
3.2. De Hoge Raad oordeelt ook voor het overige geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 21 november 2000.