ECLI:NL:HR:2000:AA8313
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag BPM wegens schending vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) met een verhoging die deels werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd het beroep ongegrond verklaard. De Hoge Raad nam het cassatieberoep in behandeling.
Feitelijk was vastgesteld dat belanghebbende met een in Duitsland geregistreerde auto in Nederland reed, waarvoor hij een vrijstelling BPM had gekregen voor zakelijk gebruik. Eerder was een naheffingsaanslag opgelegd die op bezwaar was toegewezen vanwege zakelijk gebruik. Het Hof oordeelde echter dat geen recht bestond op vrijstelling.
De Hoge Raad oordeelde dat het standpunt van de inspecteur dat zakelijk gebruik vrijstelling gaf, aan belanghebbende was toegerekend en dat hij daarop mocht vertrouwen. Hoewel het standpunt niet in het recht was te vinden, was het niet onrechtmatig om daarop te vertrouwen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het Hof en de Inspecteur vernietigd, en de naheffingsaanslag vernietigd.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris en de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat de kosten van het Hof moest vergoeden. Het arrest werd op 15 november 2000 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag BPM wegens schending van het vertrouwensbeginsel.