ECLI:NL:HR:2000:AA8294

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01724/99 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. II, tweede lid, Wijzigingswet 1988 WarenwetArt. 101a ROEG-Verdrag
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens onjuiste normvergelijking in klimmaterieelzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, Economische Kamer, waarin de verdachte is veroordeeld voor driemaal overtreding van een voorschrift uit de Warenwet. Het hof had de verdachte veroordeeld tot geldboetes met gedeeltelijke voorwaardelijkheid en onttrekking aan het verkeer van het klimmaterieel.

In cassatie stelde de verdachte onder meer dat de nationale normen voor klimmaterieel niet van toepassing zouden zijn vanwege afwijkingen ten opzichte van communautaire normen EN 131-1 en EN 131-2 van het Comité Européen de Normalisation. De Hoge Raad oordeelde dat deze normen niet zijn opgenomen in of gesteund worden door enige EG-richtlijn of regelgeving, waardoor deze afwijking niet relevant is voor de toepassing van de nationale norm.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de geldboetes en onttrekking aan het verkeer zoals opgelegd door het hof. Er was geen aanleiding tot nadere motivering van het eerste middel en geen grond voor ambtshalve vernietiging van het arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de geldboetes en onttrekking aan het verkeer worden bevestigd.

Uitspraak

14 november 2000
Strafkamer
nr. 01724/99 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van
het Gerechtshof te Amsterdam, Economische
Kamer, van 28 juli 1999 in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een von-nis van de Arron-disse-ments-rechtbank te Amsterdam, Economische Kamer, van 5 februari 1998 - de verdachte ter zake van 1. en 2. "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel II, tweede lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet, driemaal gepleegd, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot driemaal een geldboete van telkens vijfduizend gulden, waarvan driemaal tweeduizendvijfhonderd gulden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J.L.J. Duijsens, advocaat te ‘s-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het tweede middel
4.1. Het middel berust op het uitgangspunt dat de onderlinge afwijking tussen de norm in de, in de tenlastelegging vermelde, nationale wet- en regelgeving en die van de communautaire regeling, zijnde EN 131-1 en EN 131-2 van het Comité Européen de Normalisation (CEN), tot gevolg heeft dat de Nederlandse norm op het in de tenlastelegging genoemde klimmaterieel niet van toepassing is.
4.2. Het middel is tevergeefs voorgesteld, omdat dat uitgangspunt onjuist is nu de normen EN 131-1 en 132-2 niet zijn opgenomen in of anderszins steun vinden in enige richtlijn of regelgving op basis van het EG-Verdrag (vgl. HR 6 juli 1999, NJ 1999, 774).
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.J.M. Davids als voor-zit-ter, en de raadsheren
G.J.M. Corstens en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op
14 november 2000.