ECLI:NL:HR:2000:AA8257
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontwikkelingsovereenkomsten wegens schending voorkeursrecht gemeenten
In deze zaak stond de vraag centraal of ontwikkelingsovereenkomsten tussen de gemeente Zoetermeer en grondeigenaren nietig verklaard konden worden op grond van schending van het voorkeursrecht van de gemeente Bleiswijk. Bleiswijk had een voorkeursrecht gevestigd op gronden bestemd voor een regionaal bedrijventerrein, en stelde dat de overeenkomsten met Zoetermeer afbreuk deden aan haar voorkeurspositie.
De rechtbank wees het verzoek van Bleiswijk af, maar het hof vernietigde deze beslissing en verklaarde de overeenkomsten nietig. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Hoge Raad benadrukte dat het voorkeursrecht van gemeenten bedoeld is om hun regiefunctie bij de verwezenlijking van bestemmingsplannen te waarborgen. Een overeenkomst die de feitelijke beschikking en het economisch belang over de grond overdraagt aan derden, kan als een omzeiling van het voorkeursrecht worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente Bleiswijk aannemelijk had gemaakt dat zij gebruik zou hebben gemaakt van haar voorkeursrecht indien de overeenkomsten niet waren gesloten. Ook was onvoldoende gebleken dat Zoetermeer bereid en in staat was de bestemming op de door Bleiswijk voorgestane wijze te realiseren. Daarom was de nietigheid van de overeenkomsten terecht vastgesteld.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van Zoetermeer en de grondeigenaren en bevestigde de kostenveroordeling ten laste van de verzoekers tot cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de nietigheid van de ontwikkelingsovereenkomsten wegens schending van het voorkeursrecht van de gemeente Bleiswijk.