ECLI:NL:HR:2000:AA8204
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1990, die later werd verhoogd via een navorderingsaanslag met een 100% verhoging. Tegen deze navorderingsaanslag en de weigering van kwijtschelding maakte belanghebbende bezwaar, waarna het Hof de verhoging tot 25% beperkte en het kwijtscheldingsbesluit vernietigde. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in.
Het Hof had geoordeeld dat het voordeel behaald door belanghebbende met de aankoop en verkoop van aandelen in L BV als belastbaar voordeel kon worden aangemerkt op grond van artikel 22 lid 1 letter Pro b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat werkzaamheden waren verricht die verder gingen dan normaal vermogensbeheer. De Hoge Raad oordeelde echter dat het voordeel dat voortkwam uit de waardevermeerdering toekwam aan Beheer BV en niet aan belanghebbende persoonlijk, omdat de transacties tegen zakelijke prijzen en voorwaarden plaatsvonden.
De Hoge Raad stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat belanghebbende na verkrijging van de aandelen nog werkzaamheden had verricht die de waardestijging konden verklaren. Daarom kon de waardestijging niet worden toegerekend aan werkzaamheden van belanghebbende en was het oordeel van het Hof onjuist. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.