ECLI:NL:HR:2000:AA7846
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting na fusie
Belanghebbende was aanvankelijk aangeslagen in de inkomstenbelasting 1988 op een belastbaar inkomen van f 85.000,--. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 16.836.975,--, inclusief een forse verhoging. De navorderingsaanslag werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd, waarna de Staatssecretaris in cassatie ging.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de vervreemding van aandelen in het kader van een fusie heeft plaatsgevonden en dat de inspecteur bij een fusie-uitspraak moet toetsen of de tegenprestatie uit aandelen bestaat en of de waarde daarvan overeenkomt met de waarde van de vervreemde aandelen. De inspecteur mag de fusiefaciliteit slechts weigeren indien de feitelijke tegenprestatie afwijkt van de geaccordeerde tegenprestatie.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het rechtszekerheidsbeginsel in acht is genomen en dat het beroep op wetsontduiking niet slaagt omdat belanghebbende het middel had kunnen aanvoeren dat geen fusie aanwezig was. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.