ECLI:NL:HR:2000:AA7845
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat motorrijtuig niet is ingericht voor personenvervoer bij ondergeschikt paardenvervoer
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag opgelegd in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd, maar het Hof heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag vernietigd. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de vraag of het motorrijtuig, dat was voorzien van een bestuurderscabine, keukenblok, douche, toilet en een accommodatie voor vier paarden, moest worden aangemerkt als ingericht voor personenvervoer volgens de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Het Hof oordeelde dat het motorrijtuig primair was ingericht voor paardenvervoer en dat de mogelijkheid tot personenvervoer ondergeschikt was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het gebruik van het motorrijtuig voor personenvervoer was ondergeschikt aan het paardenvervoer, waardoor het niet als ingericht voor personenvervoer kon worden beschouwd. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het motorrijtuig wordt niet als ingericht voor personenvervoer aangemerkt.