ECLI:NL:HR:2000:AA7841
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek omzetbelasting cateringkosten bij filmproductie
Belanghebbende, een BV die filmproducties vervaardigt, maakte in januari 1998 gebruik van een cateringbedrijf voor warme maaltijden tijdens filmopnamen in een gehuurd pand. De catering vond plaats vanuit een speciaal ingerichte wagen dicht bij het pand, waarbij maaltijden werden afgehaald en genuttigd op de tweede verdieping van het pand. De factuur van het cateringbedrijf bevatte gesplitste bedragen voor levering en verzorging, met verschillende btw-tarieven. Belanghebbende bracht de voorbelasting in aftrek, maar de Inspecteur corrigeerde dit na een boekenonderzoek.
Het Hof oordeelde dat de maaltijden als verstrekt ter plaatse moesten worden beschouwd volgens artikel 15, lid 5, van de Wet op de omzetbelasting 1968, waardoor aftrek werd uitgesloten. Het Hof vergeleek de situatie met gebruik ter plaatse zoals bij een rijdende snackbar en verwierp de aftrek.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het gebruik van de maaltijden plaatsvond op een locatie die onafhankelijk was van de bedrijfsvoering van de verstrekker, zodat geen sprake was van gebruik ter plaatse in de zin van de wet. De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van het Hof en de Inspecteur, en kende een teruggaaf van f 1.251,-- toe. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en kent de teruggaaf van omzetbelasting van f 1.251,-- toe aan belanghebbende.