ECLI:NL:HR:2000:AA7787
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Het Gerechtshof te Amsterdam had het vonnis van de Arrondissementsrechtbank vernietigd en verdachte veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, terwijl hij op andere tenlasteleggingen was vrijgesproken.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar richtte zich kennelijk niet tegen de vrijspraken. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen ambtshalve vernietiging van de uitspraak noodzakelijk was.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot één jaar gevangenisstraf blijft in stand.