ECLI:NL:HR:2000:AA7255
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1993 opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende trok vervolgens het beroep bij het Hof in nadat de Inspecteur de aanslag ambtshalve vernietigde, en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Voorzitter van de Tweede Meervoudige Belastingkamer wees een vergoeding van f 355,-- toe, maar het Hof vernietigde deze beschikking en kende een hogere vergoeding van f 1.420,-- toe. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze hofuitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende voor het verzetschrift tegen de beschikking van de voorzitter, omdat de wetgever niet had voorzien in vergoeding van kosten voor een dergelijk verzetschrift. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
De uitspraak benadrukt de interpretatie van artikel 5aa van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en het Besluit proceskosten fiscale procedures, en bevestigt dat het verzoek om proceskostenvergoeding bij intrekking van beroep als proceshandeling moet worden erkend. De Hoge Raad kan de zaak afdoen zonder verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.