ECLI:NL:HR:2000:AA7252
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ondanks beroep op forfaitaire waarderingsregel
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de overdrachtsbelasting over de onverdeelde helft van een onroerende zaak, inclusief een verhoging die later werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het cassatiemiddel stelde dat op grond van een besluit van de Staatssecretaris van Financiën de forfaitaire waarderingsregel uit artikel 21, lid 4, van de Successiewet 1956 ook toegepast moest worden bij de berekening van de overdrachtsbelasting. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat het besluit niet kan worden opgevat als een beleidsregel die de toepassing van de forfaitaire waarderingsregel op overdrachtsbelasting beoogt.
De Hoge Raad oordeelde dat geen gronden aanwezig zijn om proceskosten toe te wijzen en bevestigde de uitspraak van het Hof. Het arrest werd op 27 september 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.