ECLI:NL:HR:2000:AA7156
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Rotterdam
De Directeur van de Dienst Gemeentelijke Belastingen van de gemeente Rotterdam stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage over een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd aan X BV voor het jaar 1995.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat op grond van artikel 19 van Pro de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken juncto artikel 248 van Pro de Gemeentewet het college van Burgemeester en wethouders van Rotterdam als procespartij is aangewezen en niet de Directeur. Er was geen sprake van een herstelbaar verzuim.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de gemeente Rotterdam tot vergoeding van de helft van de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest werd op 25 juli 2000 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Directeur is niet-ontvankelijk verklaard en de gemeente Rotterdam is veroordeeld tot vergoeding van de helft van de proceskosten.