ECLI:NL:HR:2000:AA7072
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting ondanks bezwaar over brutowinstmarges
Belanghebbende was in 1991 aangeslagen op een belastbaar inkomen van f 182.088,--, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd van f 199.382,-- zonder verhoging. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en bevestigde het Hof deze uitspraak in beroep. Belanghebbende stelde in cassatie dat de verhoging van de brutowinstmarges onterecht was omdat geen rekening was gehouden met het weggeven van drankjes, wat volgens hem gebruikelijk was in de horecasector.
Het hof stelde vast dat de inspecteur ter zitting erkende dat drankjes werden weggegeven, waardoor nader bewijs daarvoor niet nodig was. Het hof oordeelde dat de inspecteur bij het bepalen van de brutowinstmarge rekening had gehouden met eigen gebruik en weggevers, gebaseerd op branchegegevens van Griekse restaurants. Belanghebbende betwistte de juistheid van deze referentiegegevens niet.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof de klacht van belanghebbende terecht verwierp en dat er geen aanleiding was om het beroep in cassatie toe te wijzen. De Hoge Raad wees ook het verzoek om getuigenverhoor af omdat het niet relevant was voor de bewijsvoering. Het beroep werd verworpen en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.