ECLI:NL:HR:2000:AA7067
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak en verwijzing inzake naheffingsaanslag omzetbelasting met verhoging
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het tijdvak 1990-1994 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd met een verhoging van 100%, waarvan geen kwijtschelding werd verleend. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot een bedrag zonder verhoging. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en handhaafde de aanslag zonder verhoging.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld dat de bewijslast omkering plaatsvond omdat belanghebbende niet de vereiste aangiften had gedaan. De verzwegen bedragen waren relatief gering in verhouding tot de totale omzetbelasting en konden daarom niet leiden tot omkering van de bewijslast.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling in meervoudige kamer met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.