ECLI:NL:HR:2000:AA6828
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- F.H. Koster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zonale werking parkeerverbod volgens art. 66 RVV 1990
In deze zaak stond centraal de uitleg van artikel 66 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) omtrent de zonale werking van parkeerverbodsborden. De betrokkene stelde dat bij zonale toepassing het bord aan beide zijden van de weg moet worden geplaatst. De Kantonrechter had dit beroep ongegrond verklaard, wat de Hoge Raad bevestigde.
De Hoge Raad oordeelde dat het woord 'zone' boven het bord E1 (parkeerverbod) betekent dat het parkeerverbod geldt voor het gehele aangeduide gebied, en niet slechts voor de zijde van de weg waar het bord staat. Dit gebied wordt afgebakend door plaatsing van hetzelfde bord op alle toegangswegen. De klacht dat het bord aan beide zijden van elke weg binnen de zone moet worden geplaatst, werd verworpen.
Verder werd geoordeeld dat het oude bord 49a, hoewel formeel vervallen, nog gebruikt mag worden om de zonale werking van bord E1 aan te duiden. De overgangsbepalingen laten dit toe. De Hoge Raad vond geen reden om de bestreden beslissing te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslissing van de Kantonrechter blijft in stand.