ECLI:NL:HR:2000:AA6599
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandigheid commanditaire vennootschap bij exploitatie medische apparatuur voor omzetbelasting
Belanghebbende, een commanditaire vennootschap, had een huurovereenkomst gesloten met een ziekenhuis voor medische apparatuur die met door het ziekenhuis ingebracht kapitaal was aangeschaft. De Inspecteur weigerde teruggaaf van omzetbelasting over het tweede kwartaal van 1997, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verleende de teruggaaf.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. Het centrale geschil betrof de vraag of belanghebbende als zelfstandige ondernemer kon worden aangemerkt voor de exploitatie van de apparatuur, gelet op het feit dat zij een commanditaire vennootschap is en de huurder tevens commanditair vennoot is.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende niet te vereenzelvigen is met het ziekenhuis en dat zij roerende zaken verwierf en tegen vergoeding ter beschikking stelde, waarbij de opbrengsten voor haar rekening kwamen. Dit betekent dat de exploitatie als zelfstandige economische activiteit moet worden beschouwd in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad verwierp het verweer van de Staatssecretaris dat sprake zou zijn van belangenverstrengeling en bevestigde dat het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Enkler niet van toepassing is op deze situatie. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de teruggaaf van omzetbelasting aan belanghebbende bevestigd.