ECLI:NL:HR:2000:AA6342
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- C.H.M. Jansen
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen beschikking voorlopige voorziening gebruik woning
De man heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om tijdens het echtscheidingsgeding een voorlopige voorziening te treffen waarbij de vrouw een vergoeding zou betalen voor het gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank bepaalde dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd was tot het gebruik van de woning en stelde een geringe levensonderhoudsbijdrage van de man vast.
De man stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De vrouw verzocht primair het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair het beroep te verwerpen. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat de Hoge Raad zich onbevoegd moest verklaren kennis te nemen van het verzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat tegen een beschikking als deze ingevolge art. 824 lid 1 Rv Pro geen hogere voorziening openstaat, behalve cassatie in het belang der wet. De man kon niet aantonen dat dit uitzonderingsrecht van cassatie in het belang der wet van toepassing was. Zijn beroep berustte op een vermeende onjuiste rechtsopvatting van de rechtbank, wat onvoldoende is.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep van de man niet-ontvankelijk. De beschikking van de rechtbank bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van de man in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard.