ECLI:NL:HR:2000:AA6302
Hoge Raad
- Herziening
- W.J.M. Davids
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in moord- en verkrachtingszaak ondanks nieuw DNA-onderzoek
De zaak betreft een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 1995, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag en verkrachting. De veroordeling was gebaseerd op verklaringen van getuigen en de aanvrager zelf, alsmede forensisch vezelonderzoek.
Het herzieningsverzoek berustte op nieuw DNA-onderzoek dat stelde dat spermasporen en haren op het slachtoffer afkomstig waren van dezelfde persoon, die niet de aanvrager of zijn mededader was. Dit zou volgens de aanvrager aanleiding moeten zijn tot vrijspraak.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof reeds op de hoogte was dat de spermasporen en haren niet van de aanvrager of zijn mededader afkomstig waren, en dat het niet relevant was of deze sporen van één persoon afkomstig waren. Hierdoor ontstond geen ernstig vermoeden dat het onderzoek tot vrijspraak zou hebben geleid.
Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 27 juni 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling van tien jaar gevangenisstraf.