ECLI:NL:HR:2000:AA6301
Hoge Raad
- Herziening
- W.J.M. Davids
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van nieuw DNA-onderzoek in moord- en verkrachtingszaak
De zaak betreft een herzieningsverzoek dat op 16 mei 2000 bij de Hoge Raad is ingediend door een veroordeelde voor medeplegen van doodslag en verkrachting op 9 januari 1994 in Putten. Het hof had de aanvrager veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, wat door de Hoge Raad in 1996 werd bevestigd.
Het herzieningsverzoek baseert zich op nieuw DNA-onderzoek uitgevoerd in 2000, waarbij spermasporen en haren op het slachtoffer zijn onderzocht. Dit onderzoek concludeerde dat het niet kan worden uitgesloten dat deze sporen van dezelfde onbekende persoon afkomstig zijn, niet van de aanvrager of zijn mededader. Dit zou volgens de aanvrager een ernstig vermoeden van onschuld kunnen opleveren.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof reeds op de hoogte was dat de spermasporen en haren niet van de aanvrager of zijn mededader waren. Het feit dat deze sporen mogelijk van dezelfde persoon afkomstig zijn, is niet zodanig nieuw of doorslaggevend dat het tot vrijspraak had kunnen leiden. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen.
De beslissing is genomen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 27 juni 2000, waarbij de vice-president en vijf raadsheren betrokken waren.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling van tien jaar gevangenisstraf.