ECLI:NL:HR:2000:AA6242
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie wegens ontbreken advocaatsteken
In deze zaak heeft de man bij de Rechtbank Breda verzocht om beëindiging van zijn onderhoudsverplichting aan de vrouw, primair per 1 januari 1999 en subsidiair een afbouwregeling tot 1 september 2001. De rechtbank wees dit primaire verzoek toe. De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de onderhoudsverplichting van de man zou eindigen per 30 juli 2003, met mogelijkheid tot verdere verlenging.
De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Procureur-Generaal adviseerde om de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het verzoekschrift niet was ondertekend door een advocaat, hetgeen volgens artikel 426a lid 1 Rv verplicht is bij procedures bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep van de vrouw niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eis van formele vereisten voor cassatieprocedures.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaatsteken.