ECLI:NL:HR:2000:AA6241
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt terugvordering bijstand wegens onjuiste rechtsopvatting over echtgenote
De zaak betreft een terugvordering door de Gemeente van bijstand die aan de overleden echtgenoot van verzoekster was verstrekt. De Gemeente stelde dat de bijstand ten onrechte was verleend en vorderde betaling van een bedrag van circa ƒ 76.569,66. De Kantonrechter wees de vordering af, maar de Rechtbank stelde de Gemeente in het gelijk en veroordeelde verzoekster tot betaling.
Verzoekster stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat de echtgenoot onvoldoende verantwoordelijkheid toonde voor zijn bestaan en dat de Gemeente de vordering mocht baseren op deze grondslag. Wel was de Rechtbank onjuist in haar oordeel dat verzoekster als echtgenote aansprakelijk was voor de terugbetaling over een periode waarin art. 59a ABW (oud) nog niet van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de Rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd de Gemeente veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt beschikking Rechtbank en verwijst zaak terug voor verdere behandeling