ECLI:NL:HR:2000:AA6208
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering pensioenvoorziening in vennootschapsbelasting over 1996
Belanghebbende, een vennootschap die deel uitmaakt van een fiscale eenheid, had voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Hof. Belanghebbende stelde dat de dotatie aan de pensioenvoorziening, gebaseerd op een vaste 4% na-indexatie, in één keer ten laste van het resultaat gebracht kon worden volgens de koopsommenmethode.
Het Hof oordeelde dat deze methode niet juist was omdat artikel 9a, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, gewijzigd door artikel 9b, toepassing mist in situaties waarin de voorziening volgens de actuariële methode wordt berekend. Tevens werd geoordeeld dat de waardering van het nabestaandenpensioen op basis van het volledige pensioenbedrag bij overlijden niet in overeenstemming is met goed koopmansgebruik.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad stelde dat de wetstekst en de parlementaire geschiedenis geen steun bieden voor de stelling dat een voorziening die voldoet aan artikel 9b niet ook aan goed koopmansgebruik hoeft te voldoen. Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.