ECLI:NL:HR:2000:AA6123
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verlies uit aanmerkelijk belang bij onzakelijke prijsvermindering aandelen
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 81.862, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de vermindering van de verkoopprijs van aandelen A B.V. in 1995 onzakelijk was en dat de waarde in het economische verkeer per 31 maart 1992 als overdrachtsprijs geldt.
Het Hof stelde vast dat de correctie in 1992 moet plaatsvinden en dat geen correctie in 1994/1995 mogelijk is, waardoor geen verlies uit aanmerkelijk belang voor 1995 kan worden genomen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat de oordelen van feitelijke aard zijn, voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad stelde ook vast dat een niet-zakelijke vermindering van de verkoopprijs niet kan leiden tot een verlies uit aanmerkelijk belang. Er werden geen proceskosten toegewezen. Hiermee is de belastingheffing over 1995 definitief vastgesteld conform de uitspraak van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen verlies uit aanmerkelijk belang kan worden genomen op grond van de onzakelijke prijsvermindering in 1995.