ECLI:NL:HR:2000:AA6118
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging functie gebouw als levering goed voor omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1991-1993. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat het oorspronkelijke schoolgebouw door ingrijpende verbouwingen en functiewijziging tot een nieuw goed was geworden in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof onjuiste rechtsopvattingen had en onvoldoende had gemotiveerd dat het gebouw een nieuwe aanwendingsmogelijkheid had gekregen. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over de verbouwing en functiewijziging een feitelijke beoordeling is die in cassatie niet kan worden getoetst.
De Hoge Raad bevestigde dat het gebouw als een nieuw goed moet worden aangemerkt en verwierp het cassatieberoep. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de uitleg van artikel 3, lid 1, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 omtrent levering van nieuwe goederen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat het verbouwde gebouw een nieuw goed vormt bevestigd.