ECLI:NL:HR:2000:AA5740
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens juiste periode kantoorruimteaftrek
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 210.071,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende was in 1995 tot 15 maart actief in een maatschap en daarna in een vennootschap onder firma (vof) met zijn echtgenote, waarbij de vof werkzaamheden vanuit een kantoorruimte in de eigen woning verrichtte.
Het geschil betrof de aftrek van kosten voor de kantoorruimte in de eigen woning. Het hof oordeelde dat de winst over het gehele jaar moest worden betrokken bij de beoordeling van de aftrek, waardoor de kosten niet in aanmerking werden genomen. De Hoge Raad stelde dat bij een nieuwe onderneming in de loop van het jaar de aftrek van kosten voor de kantoorruimte alleen over het deel van het jaar geldt waarin de nieuwe onderneming werd gedreven.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de aanslag, en verminderde het belastbare inkomen met de kantoorruimtekosten van ƒ 14.952,--. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. Hiermee werd bevestigd dat de fiscale aftrek van kosten moet aansluiten bij de feitelijke periode van de onderneming.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt verminderd met de kosten voor kantoorruimte over de periode van de nieuwe onderneming.