ECLI:NL:HR:2000:AA5613
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake teruggaaf omzetbelasting bij vruchtgebruik woningcomplexen
Belanghebbende, een toegelaten instelling die woonruimte verhuurt, had een commanditaire vennootschap opgericht die vruchtgebruikrechten op woningcomplexen kreeg. De vennootschap verhuurde deze woningen vervolgens aan belanghebbende. Belanghebbende vroeg teruggaaf van omzetbelasting over maart 1995, welke door de Inspecteur werd afgewezen en bevestigd door het Hof.
Het Hof oordeelde dat sprake was van overdracht en voortzetting van een gedeelte van de onderneming aan de vennootschap, waardoor de levering belast was. De Hoge Raad stelde echter vast dat uit de huurovereenkomst bleek dat belanghebbende verhuurder bleef richting bewoners, het debiteurenrisico en onderhoudsrisico bij belanghebbende bleef, zodat de vennootschap de onderneming niet voortzette.
Daarmee is artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting niet van toepassing en moet de teruggaaf worden verleend. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de beschikking van de Inspecteur, en veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de regels omtrent overdracht van ondernemingen in het kader van omzetbelasting en het belang van feitelijke en juridische voortzetting van de onderneming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verleent de teruggaaf van omzetbelasting aan belanghebbende.