ECLI:NL:HR:2000:AA5595
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Jansen
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst zaak over vrijwaringsvordering na koop tuinbouwbedrijf naar gerechtshof
In deze zaak gaat het om een vordering tot vrijwaring die [koper] instelde tegen [verkoper] na de koop van een tuinbouwbedrijf. [Koper] had de vordering ingesteld omdat een oud-werknemer van [verkoper] loon van hem had gevorderd. De kantonrechter verklaarde de vordering van [koper] niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de proceskosten.
In hoger beroep vernietigde de rechtbank dit vonnis en oordeelde dat de kantonrechter onbevoegd was om kennis te nemen van de vordering tot vrijwaring. De rechtbank wees de zaak niet toe aan een andere rechter, maar veroordeelde [koper] wel in de kosten van het hoger beroep.
De Hoge Raad stelt vast dat de kantonrechter inderdaad onbevoegd was, maar dat de rechtbank ten onrechte de zaak niet heeft verwezen naar de bevoegde rechter. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
De kosten in cassatie worden gereserveerd tot de einduitspraak. De Hoge Raad benadrukt dat het [koper] vrijstaat om [verkoper] alsnog in rechte te betrekken indien de vordering van de oud-werknemer jegens hem geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage.