ECLI:NL:HR:2000:AA5517
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Herrmann
- Fleers
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college van B en W tot instellen hoger beroep zonder onmiddellijke raadsbekrachtiging
Aapeha Vastgoed B.V. vorderde van de Gemeente Tilburg schadevergoeding wegens het staken van onderhandelingen over een bouwproject. De Rechtbank kende gedeeltelijk vergoeding toe, maar het Gerechtshof vernietigde deze vonnissen en wees de vorderingen af, waarbij het oordeelde dat de Gemeente niet-ontvankelijk was in hoger beroep wegens niet-naleving van art. 164 Gemeentewet Pro.
De Hoge Raad heroverwoog dit oordeel en kwam tot het inzicht dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om bij wijze van conservatoire maatregel rechtsmiddelen in civiele procedures aan te wenden zonder dat de gemeenteraad dit besluit in de eerstvolgende vergadering hoeft te bekrachtigen. Dit betekent een terugkomen op een eerdere uitspraak (arrest-Udenhout).
De Hoge Raad stelde dat de regeling van art. 164 leden Pro 3 en 4 Gemeentewet primair ziet op bestuursrechtelijke procedures en niet zonder meer van toepassing is op civiele procedures. Het college kan besluiten tot hoger beroep, waarna de gemeenteraad dit besluit kan bekrachtigen zonder strikte termijnen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Aapeha en veroordeelde haar in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de Gemeente ontvankelijk was in het hoger beroep, ondanks de eerdere niet-ontvankelijkheidsuitspraak van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om hoger beroep in te stellen zonder onmiddellijke bekrachtiging door de gemeenteraad.