ECLI:NL:HR:2000:AA5507
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Fleers
- raadsheer O. de Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over onderverhuur en indeplaatsstelling bedrijfsruimten
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de ontbinding van huurovereenkomsten van bedrijfsruimten en de vraag of onderverhuur aan Prismashop B.V. zonder toestemming wanprestatie oplevert. De huurder had zijn eenmanszaak ingebracht in Prismashop B.V., waarvan hij medeoprichter en directeur was, waarna de verhuurder vorderde de huurovereenkomst te ontbinden wegens vermeende onderverhuur.
De Kantonrechter en Rechtbank oordeelden dat verhuurder de situatie jarenlang had gedoogd en dat de huurder niet tekort was geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, mede omdat de verhuurder op de hoogte was van de bedrijfsvoering door Prismashop B.V. en onderhandelingen had gevoerd met deze B.V. De Rechtbank stelde dat er geen sprake was van verboden onderverhuur zolang Prismashop B.V. de juiste waarborgen zou bieden.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp het cassatieberoep van verhuurder. Tevens benadrukte de Hoge Raad dat indien de indeplaatsstelling van Prismashop B.V. als huurder wordt afgewezen, dit kan leiden tot een tekortkoming door huurder. De procedure wordt voortgezet bij de Kantonrechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verhuurder wordt verworpen en de procedure wordt voortgezet bij de Kantonrechter.