ECLI:NL:HR:2000:AA5403
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatige handhaving executoriaal beslag op onroerend goed na openbare verkoop onder opschortende voorwaarde
WUH en De Vestingwachter hebben de Ontvanger gedagvaard wegens het ten onrechte leggen van executoriaal beslag op onroerend goed dat WUH openbaar had verkocht onder een opschortende voorwaarde van betaling. De Rechtbank wees de vordering van WUH af en kende de Ontvanger betaling toe in reconventie. Het Hof bekrachtigde dit vonnis deels, maar vernietigde de kostenveroordeling tegen de Ontvanger.
De Hoge Raad oordeelt dat het beslag op het onroerend goed niet gehandhaafd kan worden omdat de openbare verkoop door de hypotheekhouder was aangevangen en het beding van art. 1223 lid 2 BW Pro daaraan voorrang geeft boven beslaglegging door schuldeisers. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat de koopovereenkomst nog niet tot stand was gekomen en dat de Ontvanger mocht uitgaan van de registers.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en het vonnis van de Rechtbank, verklaart dat de Ontvanger het beslag ten onrechte handhaaft, en veroordeelt hem in de proceskosten. De zaak wordt daarmee afgedaan door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart dat de Ontvanger het executoriaal beslag ten onrechte handhaaft en veroordeelt hem in de proceskosten.